Zondagochtend,
zesentwintig maart. Een straal zonlicht verwarmt mijn gezicht als het grijze
snoetje van onze kat en het gekriebel van zijn snorharen me wakker maken. Ik
rol op mijn zij en knipper een paar keer met mijn ogen. Stofdeeltjes dansen als
glinsterend goud in het licht. De kat wandelt een paar keer heen en weer over
mijn buik en nestelt zich dan tussen mijn knieën. Beneden klinkt gestommel en
ik word me plots bewust van de geur van verse croissantjes. Zacht geklets danst
mijn kamer in als ik de dekens van me af sla. Oja, zesentwintig maart. Ik ben jarig
vandaag. Mijn mondhoeken krullen op in een brede glimlach. Ik aai de kat en
maak mijn bed op. Daarna sla ik de ramen wijd open en hang ik een aantal
minuten over de vensterbank. Met gesloten ogen adem ik de geur van de croissantjes,
de bloeiende bloesems en het vers gemaaide gras in.
Het briesje dat langs
mijn wangen strijkt is warm. Ik laat de ramen open als ik mijn yogamatje uitrol
en een video van Adriene aanzet. Het is een speciale verjaardags-yoga-sessie
die ik voor vandaag bewaard heb. Na de verjaardagsvideo doe ik nog een extra
half uurtje yoga. Gewoon, daarom. Daarna stommel ik samen met mijn
tweelingbroertje de trap af. Beneden zingt mijn moeder lang-zullen-ze-leven en
staan er verse croissantjes op tafel. We eten ze met (soja-) boter en
aardbeienjam en drinken verse jus. Een uur later stap ik op de fiets. Met open
jas en de wind in mijn haar rijd ik langs bermen vol narcissen en paarse
krokusjes, bomen vol bloesem en spelende kinderen met kleurige ijsjes in hun
handen. Ik luister naar de zingende vogels en krijg die stomme glimlach niet
van m’n gezicht. De lente danst door Nederland en ik ben jarig. M’n hoofd is
vol van roze bloemen, verse aardbeien, de blauwe lucht en lachende zon.
Misschien is jarig zijn toch zo erg nog niet.
Leliegracht nummer 16.
Vegabond. Laura staat op me te wachten met het grootste en meest vrolijke
boeket bloemen dat ik ooit gezien heb. Ze omhelst me. We lachen. Binnen eten we
taart en verrast Naomi me door plots voor de deur te staan. Met z’n drieën eten,
praten en lachen we tot we niet meer kunnen. De zon, de kleur, het ruisen van
de wind, de dartelende bloesemblaadjes, als stipjes op het water, confetti in
de lucht. Het is alsof de stad ons toelacht, knikt. ‘Toe maar,’ zegt ze. ‘Leef
maar. Adem. Voel de zon en hoor de wereld. Leef maar.’ De keien langs de
grachten lijken te glimmen, het water deint zachtjes op en neer. De mensen
dragen zomerjurkjes, sandaaltjes en houten hakken tikken zachtjes, ritmisch
tegen de straat.
Als ik naar huis fiets
met het vrolijke boeket voor in de bak van mijn fiets bedenk ik me wat ik met
mijn 20e levensjaar wil gaan doen. Ik slik. Twintig. Dan glimlach ik
weer. Klein beginnen Laura. Babystapjes. Danspasjes. Geen marathons. Begin in
April. Wat wil je doen in April?
•















