
Een beetje beduusd en slaapdronken graai ik onhandig onder mijn kussen, op zoek naar mijn telefoon. Ik bedenk me voor de zoveelste keer dat ik vergeten ben het ding op vliegtuigmodus te zetten en neem me (ook voor de zoveelste keer) voor dat vannacht wel te doen. Na een vlugge blik op het kapotte schermpje van mijn Samsung weet ik genoeg: het is zondagochtend en al veel te laat. Ik sleep mezelf mijn bed uit, probeer mijn bonzende hoofd te negeren (heel fris en fruitig voel ik me niet na vier uur slaap) en schiet in mijn jeans en een warme trui. Met drie treden tegelijkertijd snel ik vervolgens de trap af. Ik gris een banaan mee van de fruitschaal en werp een vluchtige blik in de spiegel. Dat had ik niet moeten doen - mijn slaaphoofd (inclusief spleetoogjes en een mooie afdruk van m'n laken) is real. 'Niet aan denken Laura,' denk ik. 'Gewoon gáán.' Ik gooi de achterdeur open, adem de frisse herfstlucht in en stap naar buiten. Onder mijn voeten knisperen blaadjes in minstens twintig verschillende tinten rood, geel en oranje en een fris briesje speelt met de losse plukjes die uit mijn slordige knot springen. Eventjes sluit ik mijn ogen om de geur van de herfst in me op te nemen en te luisteren naar het geruis van de bomen en de neerdwarrelende blaadjes. Oh, wat is de herfst toch fijn...