Om tien over half drie 's nachts zit ik naast mijn moeder in de auto. Terwijl zij de slaap uit haar ogen probeert te wrijven, zo'n vijf keer uitgebreid geeuwt en wat beduusd zich op de weg probeert te focussen blèr ik uit volle borst mee met 'Counting Stars' van One Republic. Ik heb nieteens geprobeerd te slapen, ben al bijna 24 uur wakker en bárst van de energie. Of nouja, zo voelt het een beetje. Je weet wel hoe dat werkt: zo lang je jezelf actief houdt voelt het alsof je de wereld aan kunt, maar zodra je ook maar éventjes je focus kwijtraakt word je overmand door vermoeidheid en ben je niet meer vooruit te branden. Zo gaat het bij mij in ieder geval wel altijd.
Rond drie uur parkeren we de auto om de hoek van ons schoolgebouw en neem ik met een vluchtige kus afscheid van m'n moeder. Met mijn overvolle koffer achter me aan slingerend draaf ik op een holletje naar de groep medeleerlingen die al staat te wachten en na m'n moeder nog een laatste keer vaarwel te zwaaien begroet ik mijn vrienden enthousiast. Ondanks de spannende reis die we voor de boeg hebben lijk ik de enige die klaarwakker is: ik ben omringd door slaperige gezichtjes en merk dat vrijwel iedereen nog een beetje wakker moet worden. Zo'n tien minuten later komt Naomi echter het schoolplein opstuiteren en kunnen we samen ons enthousiasme delen. We lachen en doen samen een vreugdedansje, tot we worden onderbroken door de aankomst van de twee enorme bussen die ons naar het vliegveld zullen gaan vervoeren. We laden onze koffers in het ruim, zoeken een fijn plekje uit en maken het ons zo comfortabel mogelijk. De Romereis is nu eindelijk écht begonnen.