
De hemel vloog in brand, de vonken spatten in het rond, een gouden gloed hing rond de aarde. Mist en rook hulden de ochtend in een duister jasje, de stilte werd af en toe doorbroken door verdwaald vuurwerk, vroege vogels, nachtbrakers. De tijd kroop voorbij, zoals de tijd dat doet. Ze sluipt en kronkelt en beweegt onafgebroken. Relatief, natuurlijk. Een week, twee, drie. Winterse kou, witte daken, donkere dagen. Soms woog de wereld op mijn schouders, andere dagen leek ik te vliegen, de wereld als een knikker in mijn hand, of juist aan mijn voeten. Het was een rare maand, gouden dagen, al het moois in de wereld zo, zo aanwezig. Sterrenstof in mijn hoofd, mijn gedachten ergens tussen de maan en de zon. Zwevend. En toch ook heel veel onweer in mijn brein, donderslagen en eindeloze regen. Zwemmen tegen de stroom in. Kolken en draaien en eindeloos in de war. Het hoort er allemaal bij, denk ik. Zo is het. Het is wat het is. Januari was wat het was. Ik ben een lijstjesmeisje en dus kon ik het niet laten een paar hoogtepuntjes op een rijtje te zetten. Tussen al het vuurwerk, de gouden regens, waterstromen, regenbuien en vallende sterren in. Mijn lievelings van de eerste maand van een gloednieuw jaar.